Genieten van.
† Savoureren, bw. gel. (ik savoureerde, heb gesavoureerd), smaken, proeven, langzaam en smakelijk nuttigen.
Bron: http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01_01/cali003nieu01_01_0022.htm
Synomiemen:
Genieten van.
† Savoureren, bw. gel. (ik savoureerde, heb gesavoureerd), smaken, proeven, langzaam en smakelijk nuttigen.
Bron: http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01_01/cali003nieu01_01_0022.htm
Synomiemen: